Inhoud


Planning Inspectielijst

Techniek

Bij woningbouw is in de meeste gevallen geen adviseur betrokken in de uitvoeringsfase en zal de bouwbegeleider toezicht houden op de uitvoering van de installatie. Bij kantoren en andere projecten is er sprake van een gedeelde zorg. De bouwbegeleider zal nauw betrokken zijn bij de visuele controle, zoals beugeling, het recht hangen van kanalen en het afdichten van sparingen. Tevens zal hij betrokken zijn en soms aangever zijn van de werkzaamheden van de installatie-opzichter of de adviseur. De voortgang van de installaties hebben invloed op de voortgang van bijvoorbeeld verlaagde plafonds. Voordat deze gesloten kunnen worden, zal de bouwbegeleider willen weten of de daarboven gelegen installaties zijn gecontroleerd en goedgekeurd. De bouwbegeleider zal met de adviseur een strakke taakverdeling moeten afbakenen.

1. Proefplafond
Het proefplafond is bij uitstek de gelegenheid om roosters in te passen en op te hangen. Men kan vaststellen of roosters in één paneel kunnen, of dat hiervoor twee panelen moeten worden gebruikt. Separate ophanging aan de bovenliggende constructie is het uitgangspunt. Op basis van de goedgekeurde proefopstelling kan de planning worden doorgesproken en vastgesteld.

2. Leidingen
Kanalen en leidingen moeten worden gebeugeld aan een achterconstructie. Het type beugel, de hart-op-hart afstanden, meegeïsoleerd of juist om de isolatie, zijn onderwerpen die in samenspraak met de adviseur moeten worden doorgenomen. Bij in te storten kanalen moeten de verbindingen worden afgekit en worden getaped.

3. Isolatie
Er wordt om twee redenen geïsoleerd, soms tegen condensatie en soms om geluid te weren (soms om beide redenen). In uitvoering kunnen deze verschillen. Isolatie tegen condensering dient strak tegen de kanaalwand te worden bevestigd. Naden dienen te worden getaped. Voor het akoestisch isoleren maakt men vaak gebruik van akoestische slangen in plaats van metalen kanalen. Om overspraak tegen te gaan, wordt ook wel isolatie in de kanalen aangebracht. Een goede voorlichting over het doel van de isolatie is dus van groot belang.

4. Schachten
De verticale kanalen en leidingen worden soms tijdens de ruwbouwfase al aangebracht. Dit kan planningstechnisch slim zijn, maar betekent wel dat de materialen kwetsbaar zijn voor mechanische beschadigingen, vervuiling in de kanalen en roestvorming. Deze aspecten moeten worden besproken. Als schachten worden dichtgemetseld, is een afpersproef voor de kanalen aan te bevelen voordat deze schachten worden gesloten.

5. Planning
Bij het doorspreken van de planning moet aandacht geschonken worden aan het leveren en plaatsen van de luchtbehandelingskasten in relatie tot het dichtmaken van daken en gevels. Vanwege hun afmetingen en gewichten is het praktisch om deze met behulp van een bouwkraan te transporteren als de installaties in een dakopbouw staan. Als afgeleide hiervan moeten de opstortingen tijdig worden uitgetekend en gerealiseerd. De hoofdaannemer is volledig verantwoordelijk voor het afstemmen van alle werkzaamheden, maar de bouwbegeleider zal het proces bewaken, zeker als er sprake is van nevenaanneming.

6. Plafondprocedure
Bij verlaagde plafonds moeten afspraken gemaakt worden over het aanbrengen van de bandrasters en de plafondpanelen. De adviseur moet betrokken worden bij deze afspraken, opdat binnen deze procedure ruimte is voor inspecties. Let er bij fancoil-units op dat deze binnen de hart-op–hart afstanden van de bandrasters worden gemonteerd. Eventuele drukschotten kunnen dan probleemloos worden aangebracht.

7. Testen
Alvorens een opleveringsprocedure in gang kan worden gezet, moet de totale installatie worden ingeregeld en getest. Pas na het overhandigen van de meetrapporten kan de adviseur de opleveringsprocedure opstarten.



Planning Inspectielijst