Inhoud


Planning Inspectielijst

Techniek

Juist door toepassing van steeds meer prefab is een strakke maatvoering in het belang van iedereen, maar vooral voor de voortgang van het bouwproces. Het is dus vooral de aannemer die baat heeft bij een foutloze maatvoering, het bouwproces stagneert niet en de opdrachtgever krijgt maximale kwaliteit in de vorm van strak werk.
Toch zijn maatvoeringsfouten een onderdeel van de faalkosten. Door het goed onderscheiden van de hoofdmaatvoering van het project (stramienen, hoekverdraaiingen, peilmaten) kan men vooraf bepalen welke controlemomenten men wil inbouwen. De bouwbegeleider kan hierin zowel een sturende als een controlerende rol vervullen.

1. Peilhoogte
Een peilhoogte ten opzichte van NAP is bij de gemeente op te vragen. Meestal kunnen zij aangeven waar deze is ‘verklikt’ in de directe omgeving van het toekomstige bouwwerk. De hoogte wordt via waterpassing overgebracht naar de bouwput. Tegenwoordig gebeurt dit met Total Station Systems.
Op dat moment dient met een praktisch oog te worden gekeken hoe dit uitkomt in relatie tot het aansluitende maaiveld. De bestratingen van het project dienen op een logische wijze aan te sluiten op de bestaande bestrating. Als hemelwater loost op het terrein, dan moet dat water via bijvoorbeeld wadi’s kunnen wegstromen. Als hier grote afwijkingen waarneembaar zijn, dan is het zaak om te achterhalen waardoor dit kan zijn veroorzaakt. Gaat de gemeente aansluitend aan de nieuwbouw de omgeving aanpassen waardoor de hoogte toch juist blijkt te zijn? Is er mogelijk toch een vergissing begaan met het vaststellen van het bouwpeil? Het zal zeker niet de eerste keer zijn dat een opgegeven peilmaat wordt gewijzigd naar aanleiding van deze eerste constateringen.

2. Grondbalans
Als vastgesteld is dat de opgegeven peilmaat correct is, kan vervolgens een goede inschatting worden gemaakt van de grondbalans, voor zover dat nog niet is gebeurd. Moet er grond worden afgevoerd of juist worden aangevoerd, en klopt dit met de bestekuitgangspunten. Voor zover er grote afwijkingen zijn, kan het nodig zijn om ook het grondcontract hierop na te lezen. Zo heeft men, nog voordat er een schop in de grond is gestoken, al een redelijke indicatie van eventueel meer- of minderwerk en de consequenties in tijd. Immers, als er onverwacht grond van het terrein moet worden afgevoerd, dan moeten vaak monsters worden genomen van de grond om aan te tonen dat de grond niet of wel is verontreinigd.

3. Rooilijnen en stramienen
Een volgende belangrijke stap is het vastleggen van de gevels door middel van rooilijnen. Ook hier zal de gemeente de gegevens moeten aanreiken door een uitzetting van de hoekpunten van het gebouw op het terrein. Met de aannemer dient te worden afgesproken dat deze gegevens op een zorgvuldige wijze worden verklikt. Een eerstvolgende controle heeft betrekking op de maatvoering van het gehele terrein. Passen alle gebouwen volgens de gemaatvoerde tekeningen conform de uitgezette rooilijnen op het terrein?
Onderschat hierbij niet de verkooptekeningen, in geval van een project koopwoningen. Als kopers zich, terecht of onterecht, tekort gedaan voelen, dan kan dit later aanleiding geven tot grote geschillen.
Na het uitzetten van de rooilijnen dienen de stramienen uitgezet te worden; vroeger op de bouwplanken, tegenwoordig gaat dit met Total Station Systems (GPS).

4. Controlemomenten
De bouwbegeleider kan een eerste belangrijke controle uitvoeren nadat de fundering is uitgezet. De piketten die de palen markeren of de bouwplanken die de peilen ten opzichte van NAP markeren. Een eerste controle is heel concreet:neem een steekproef van de rooilijnen, stramienen en peilen evenals van de plaats van een aantal palen.
De resultaten worden vastgelegd in een rapport. Nadat de palen zijn aangebracht, dienen deze te worden ingemeten op afwijkingen. Vooraf zal de hoofdconstructeur aangeven hoeveel afwijking een paal mag hebben. Palen met een grotere afwijking worden op tekening aangegeven zodat de constructeur de constructie zo nodig kan aanpassen.
Een tweede controle op hoofdlijnen kan plaatsvinden op het moment dat de fundering is aangevuld met grond. Het bouwteam heeft op dat moment de absolute zekerheid dat de basis van de maatvoering vaststaat en goed is, de controle op hoekpunten, rooilijnen en stramienen is dan aan de orde.
Een derde controle dient plaats te vinden op de uitgezette meterpeilen ten behoeve van stelwerk kozijnen, metselwerk en de dekvloeren. De meterpeilen zijn veelal gemarkeerd op de bouwmuren. Tenminste eenmaal een controle uit te voeren op de relatie met het verklikte NAP-punt van de gemeente.
Aan de hand van de meterpeilen kan snel worden vastgesteld of de vereiste dikte van de dekvloeren overal kan worden gerealiseerd en dat de op de vloer gemonteerde leidingen (verwarming, elektra) de juiste dekking krijgen. Juist bij kruisingen van leidingen kan een kritische grens worden overschreden. Bij toepassing van voorgespannen kanaalplaatvloeren kan de toog van de elementen voor problemen zorgen. Zodra incidentele afwijkingen structureel dreigen te gaan worden, dient de controle op de maatvoering (opnieuw) door de aannemer te geschieden met een rapportage aan de bouwdirectie.

5. Toleranties
In de afbouwfase gaan de toleranties een belangrijke rol spelen. De bouwbegeleider kan veel discussie voorkomen door kritisch te kijken naar de ondergrond, voordat een nieuwe bewerking van start gaat. Als de ondergrond vlak is, kan tegel- en stucwerk ook vlak zijn. Ook in de startbesprekingen van de diverse bewerkingen dient dit een agendapunt te zijn. Op het moment dat een onderaannemer of een nevenaannemer een ondergrond accepteert, kan hij zich daarop later niet meer beroepen. Een andere manier om discussie achteraf te vermijden, is het maken van proefvlakken. Schilderwerk, tegelwerk, stucwerk, van heel veel zaken kan een proefvlak worden opgezet dat als maatstaf kan dienen voor de rest van het project.

6. Strijklicht
Strijklicht laat op onbarmhartige wijze de afwijkingen zien van de afwerkingen. Dit kan in de vorm van verlichting, maar ook zonlicht kan strijklicht veroorzaken. Dit hoeft niet te betekenen dat toleranties zijn overschreden. De bouwbegeleider kan vooraf nagaan of door toepassing van bepaalde armaturen het risico van strijklicht groot is. Als dat het geval is, kan hij extra aandacht vragen voor de vlakheid van de afwerking.



Planning Inspectielijst