Inhoud


Regelgeving Planning

Organisatie

De titel van dit controleplan geeft al aan dat het accent ligt op de horizontale en verticale maatvoering van een project. We zullen in dit hoofdstuk dan ook niet ingaan op controles voor andere maateenheden.
Waar heb je als bouwbegeleider aan te denken met betrekking tot maatvoering? Op welk moment moeten er controles worden ingebouwd en wie gaat dat doen.

1. Tekeningen
Bij het maken en controleren van bestek, werk en detailtekeningen moet vrij consequent de bril van de maatvoerder worden opgezet:

2. Maatvoering algemeen
Met de aannemer dient te worden besproken hoe hij gaat maatvoeren en met welk systeem:

Op basis van deze bespreking kan de bouwbegeleider in grote lijnen vooraf vaststellen in welke mate hij de maatvoering gaat controleren, dan wel dat hij rapportages ontvangt van controlemetingen van de aannemer.

3. Horizontale maatvoering
In de meeste gevallen zullen de stramienmaten in het hart van wanden en kolommen zijn getekend en bij gevels soms zelfs in de spouw. Veelal wordt de stramien op een vaste maat, bijvoorbeeld een halve meter, verder verklikt dan het stramien zelf. Zo kan men vrij simpel een kim stellen bij tunnelbouw of kalkzandsteen wanden, en men kan eveneens een gevel altijd terugmeten. Het principe om te maatvoeren vanuit de stramienen is in de meeste gevallen het enige juiste uitgangspunt. Zo wordt per stramien iedere tolerantie opgevangen van bijvoorbeeld gevelelementen en lateien.

4. Verticale maatvoering
Ook hier geldt dat het aangeven van een volgende verdiepingshoogte dient te geschieden vanuit het vertrekpunt op de begane grond of het eerder verklikte NAP punt. Zo wordt voorkomen dat men verder maatvoert op een eerder gemaakte fout. Door steeds vanaf hetzelfde vertrekpunt uit te gaan, wordt ook hier de tolerantie per verdieping opgevangen.
Per verdieping dienen voldoende meterpeilen beschikbaar te komen voor het aanbrengen van de dekvloeren. Soms wil een aannemer een cementdekvloer maatvoeren met een maatlat die men tegen het plafond aanhoudt. Dit moet sterk worden afgeraden omdat iedere maatafwijking of bijvoorbeeld toog van het plafond zich in deze dekvloer zal aftekenen.

5. Afwijkende maatvoering
Sommige gebouwen kennen kromme gevels of hebben zelfs een ronde vorm. Men kan dit alleen maatvoeren door middel van werken met coördinaten. Het is vrij moeilijk om hier controles te doen. Controles kunnen alleen plaatsvinden op het moment dat bijvoorbeeld prefabelementen worden geplaatst. Het past of het past niet. Het is bij dit soort projecten erg belangrijk om de maatvoering op tekening goed op elkaar af te stemmen door een digitale uitwisseling van tekeningen met leveranciers en onderaannemers.
De maatvoering op de bouw zal in die gevallen veelal gedaan worden door gebruik te maken van Mous-systeem en Total station system.

6. Controle van de maatvoering
Hier maken we onderscheid tussen preventieve controles, controles tijdens de uitvoering en controles achteraf.
De preventieve controles komen vooral neer op het vooraf doorspreken van de maatvoering, zoals hierboven beschreven.
De controle tijdens de uitvoering geschiedt bij veel startende onderdelen en verder steekproefsgewijs. Het verdient aanbeveling om bij veel, zo niet alle onderdelen, een eerste keer de maatvoering tot in detail te controleren.
Als men een tunnelkist programmeert, dan is het zeer belangrijk dat een elektrapijp precies midden in de toekomstige binnenwand uitkomt en niet ernaast. Ook een afvoer van een doucheputje moet soms al op de millimeter nauwkeurig worden gemaatvoerd.
Bij mallen van prefabelementen moet een controle plaatsvinden voor de eerste stort. De mal bepaalt al of kan worden voldaan aan de geëiste tolerantie. Ook de eerste elementen zelf dienen nauwgezet te worden gecontroleerd. Als er een reden is voor afkeuring, dan heeft een fabriek er recht op om dit in een vroeg stadium medegedeeld te krijgen. De fabriek dient deze controles zelf uit te voeren. Zorg dat je als bouwbegeleider een rapportage ontvangt van deze controles. Op basis hiervan kan worden overwogen alsnog zelf een controle uit te voeren.
Controles achteraf: fouten in de maatvoering tekenen zich vrij snel af. Als een voeg tussen prefabelementen 20 mm mag zijn, dan ziet men meteen de afwijkingen. Ook overmatige stelruimtes bij kozijnen vallen gelijk op. In een aantal gevallen wordt gerekend met aannames. Een betonvloer wordt bijvoorbeeld op toog gestort met de verwachting dat deze zich na de verhardingsperiode nagenoeg vlak zal zetten. Gecontroleerd moet worden of dit ook zo uitpakt.

7. Toleranties
Veel producten en prefab elementen kennen hun eigen toleranties.
Als men een parkeergarage ontwerpt met kanaalplaatvloeren, dan heeft men te maken met voorgespannen elementen die dientengevolge getoogd zijn. Per plaat kan de toog verschillen zoals is aangegeven in het desbetreffende KOMO certificaat. Als de onderzijde wordt afgewerkt, bijvoorbeeld met een isolerende plaat, dan moet men dus maatregelen treffen om de platen aan de onderzijde vlak te krijgen. Dit dient te geschieden voordat men de voegvulling van de kanaalplaten aanbrengt.
Ook de in het werk aangebrachte onderdelen kennen hun toleranties. Een cementdekvloer bijvoorbeeld moet vlak en strak zijn, maar heeft toleranties conform de van toepassing verklaarde afwerknormering. Toleranties dienen een vast onderdeel te zijn bij startbesprekingen van de diverse onderdelen.

8. Werkplan maatvoering
Meer en meer zoekt men naar mogelijkheden om onderdelen geprefabriceerd op het werk te laten aanvoeren. Afspraken over maatvoering en controle van de maatvoering zijn van groot belang. Juist daarom is het goed dat de aannemer vooraf nadenkt over dit onderwerp en hiervoor een werkplan opstelt. Waarbij dit werkplan zowel de voorbereiding als de uitvoering beslaat; ook in de controlerondes van het het tekenwerk komt de maatvoering ter sprake. Hij kan hierin aangeven met welk systeem hij de hoofdmaatvoering op de bouwplaats gaat uitzetten, welke controles hij op welk moment uitvoert, wat hij aanbiedt aan en verwacht van zijn onderaannemers en wat hij verwacht van zijn prefab leveranciers (bijvoorbeeld wekelijks een “maatafwijkingsrapportage” van geproduceerde elementen). Een goed geschreven werkplan verdient zichzelf absoluut terug.
Hierin kan bijvoorbeeld worden aangegeven dat de maatvoering van binnenwanden minimaal 5 werkdagen voor start binnenwanden moet worden aangebracht. Als de installateurs vervolgens weten dat zij 4 werkdagen voor start binnenwanden hun leidingwerk en kanalen moeten controleren, dan is er op deze wijze tijd beschikbaar om eventuele fouten te herstellen. Bij de start van de binnenwanden zijn alle installatieonderdelen correct, deze onderaannemer heeft geen stagnatie door maatvoeringsproblemen.

9. Revisie
Bij sommige onderdelen is het opstellen van revisietekeningen al vrij snel aan de orde. Denk aan de buitenriolering en de plaats van controle- en inspectieputten. Tijdens de aanleg moet dit al worden ingemeten en op tekeningen worden vastgelegd. Op dat moment is een juiste maatvoering ten opzichte van de juiste stramienen en peilmaten van belang.



Regelgeving Planning