Inhoud


Regelgeving Planning

Organisatie

Een gevelonderhoudsinstallatie heeft letterlijk en figuurlijk raakvlakken met de gevels en het dak. Indien een railtraject wordt vastgeboord aan de dakconstructie, dan moet een detail worden ontwikkeld waarbij de waterdichtheid van het dak wordt gegarandeerd. Overleg met de dakdekker is dan noodzakelijk, evenals overleg met de constructeur. Vaak zijn standaard oplossingen voorhanden. Wordt het railtraject los op de dakbedekking geplaatst, dan dient de onderliggende dakbedekking en de dakisolatie in staat te zijn om het statische en het dynamische gewicht op te vangen. Daarnaast is belangrijk dat de gondel min of meer vrij op en neer en opzij moet kunnen bewegen. Obstakels in de vorm van uitstekende delen kunnen een grote belemmering zijn voor het gebruik van de gondel. Ook de gondel zelf moet zodanig ontworpen zijn dat bij het aanraken van de gevel geen beschadigingen optreden (onder andere het toepassen van zachte rollen).

1. Bestek en bestektekeningen
Zowel de bouwkundige contractstukken als de installatietechnische contractstuk¬ken moeten compleet zijn vóór aanvang van het project. Het railtraject moet tenminste schematisch zijn aangegeven, zodat duidelijk is dat er geen obstakels aanwezig zijn in de vorm van een dakopbouw of een ventilatiekanaal/afvoer. Een opstelplaats en de daktoetreding met beveiliging moet duidelijk aangegeven zijn. Het ontwerp moet voldoen aan de uitgangspunten van de branche RI&E.

2. Alternatief
Indien de aannemer een alternatief aanbiedt ten opzichte van het in het bestek genoemde fabricaat, dan moet dit tijdig gebeuren. De technische beoordeling kan geschieden door de adviseur, de esthetische beoordeling moet door de architect worden gedaan. Daarnaast kan er sprake zijn van financiële consequenties, zeker als men voorstelt om van een vast railtraject een losliggend railtraject te maken.

3. Werktekening installatie
Van de gevelonderhoudsinstallatie moet een complete werktekening, inclusief gevel-voorzieningen e.d. worden gemaakt. Deze tekening moet worden gecoördineerd met de elektravoorzieningen en de wateraansluitpunten. Het railtraject moet geaard worden. Daarnaast wordt de tekening gebruikt om te controleren of het gehele traject vrij is van obstakels op het dak en of er voldoende ruimte beschikbaar is voor de dakwagen. Een opstelplaats voor de gondel, inclusief een goede ondergrond, completeert de tekening.

4. Dak
Als het railtraject wordt bevestigd aan de ondergrond, dan is maatvoering van de bevestiging van groot belang. Een aparte tekening van de verankering is dan noodzakelijk. De aannemer kan er voor kiezen dat de bevestiging wordt uitgevoerd door de onderaannemer van de installatie. In veel gevallen is ook een berekening noodzakelijk, die via de hoofdconstructeur moet worden ingediend bij Bouw- en Woningtoezicht. Een dilatatie in het bouwkundige dak moet in principe worden doorgezet in het railsysteem.

5. Gevel
De opbouw en samenstelling van de gevel moet tijdens de uitwerkingsfase geschikt zijn voor het toepassen van een gondel. Men moet zich realiseren dat de wind de gondel soms tegen de gevel aandrukt. Als daar dan lichte aluminium onderdelen aanwezig zijn, kunnen deze gemakkelijk beschadigen.

6. Beveiliging
De gondel moet beschikken over een afslagbeveiliging aan de onderzijde van de bak. Deze voorkomt dat de gondel verder zakt, als men bijvoorbeeld op het dak van een uitstekend bouwdeel terechtkomt. Denk hierbij aan een luifel of het dak van een tourniquet.

7. Vroegtijdige ingebruikname
Als de aannemer de installatie wenst te gebruiken vóór de oplevering, dan moeten hierover afspraken gemaakt worden. De installatie moet tenminste gekeurd zijn. Sommige fabrikanten zijn zelf gerechtigd om deze keuring te verrichten. Voor de ingebruikname kan het nuttig zijn dat de installatie wordt opgenomen door de aannemer, in aanwezigheid van de bouwbegeleider. Als er tijdens het gebruik beschadigingen ontstaan aan de installatie, dan ligt tenminste de toestand vóór de ingebruikname vast. Als de installatie door een nevenaannemer is geleverd en aangebracht, dan is deze vooropname zelfs noodzakelijk.

8. Veiligheid
De werkzaamheden gebeuren vanuit de aard van het onderdeel altijd aan de rand van het dak. De desbetreffende aannemer die het systeem aanbrengt, dient een V&G-plan uitvoeringfase aan te bieden en af te stemmen met de veiligheidscoördinator van het project. Een dakrandbeveiliging kan noodzakelijk zijn.

9. Oplevering
Naast de visuele inspectie van de installatie moet een certificaat van goedkeuring worden overhandigd, alsmede een logboek. Daarnaast moet de complete revisie, bedieningsvoorschriften en een onderhoudsvoorschrift aanwezig zijn.

10. Instructie
Direct na oplevering moet een instructie ten behoeve van de gebruiker worden gegeven.



Regelgeving Planning