1. Programma van Eisen (PvE)
Zoals gezegd zou aan ieder ontwerp een PvE ten grondslag moeten liggen. Als hierin aan de gevelonderhoudsinstallaties geen expliciete aandacht is geschonken, dan mag men ervan uitgaan, dat het uiteindelijke ontwerp bepaalt of een installatie noodzakelijk is.
2. Bestek en bestektekeningen
Als het ontwerp voorziet in een gevelonderhoudsinstallatie, dan moet dit worden beschreven en getekend in het kader van de overige installaties. Als hier een adviseur bij betrokken is, dan moet hij dit onderdeel meenemen.
3. V&G-plan ontwerpfase
Voorziet het ontwerp niet in een gevelonderhoudsinstallatie, dan moet de architect in zijn V&G-plan ontwerpfase aandacht besteden aan de glasbewassing, als dat tenminste een risico kan zijn. Het kan zelfs voorkomen dat het plaatsen van glas tijdens de uitvoering al een risicovolle bezigheid is, waar een aannemer kennis van moet hebben bij de calculatiefase. De architect moet zich terdege realiseren dat zijn opdrachtgever verantwoordelijk is voor de veiligheid tijdens de uitvoering en de fase daarna, de exploitatiefase. Voor de uitvoeringsfase gelden de vragen:
4. Ladders
In de Arbowet, om precies te zijn het Arbobesluit, zijn regels over het gebruik van ladders opgenomen. Er wordt gesteld dat een ladder eigenlijk bedoeld is om een werkplek te bereiken, en de ladder zelf geen werkplek is. Een ladder mag wel worden gebruikt als de inzet van een ander arbeidsmiddel operationele, veiligheidstechnische of economische beperkingen met zich meebrengt, maar dan nog met een aantal restricties:
5. Daken
Bij platte of schuine daken zijn railconstructies denkbaar, al of niet elektrisch verplaatsbaar, en voorzien van een beloopbaar gedeelte voor de glazenwasser. Net zo belangrijk als de buitenzijde van het gebouw, is echter ook de binnenzijde. Nagedacht moet worden hoe het glazen dak, op 20 meter hoogte, schoongemaakt kan worden.
6. Binnengevels
Gevels, bijvoorbeeld bij doorgaande trappenhuizen, kunnen soms lastig te bewassen zijn. De trappen liggen bijvoorbeeld te ver van de glaslijn. Ook hier moet tijdens de ontwerpfase aan worden gedacht.
7. Voorzieningen
Bij elke installatie moet worden nagedacht over een water- en een elektravoorziening. Ook moet een opstelplaats worden aangegeven. Op een strategische positie, uit het zicht vanaf maaiveld, moet het dak worden voorzien van extra daktegels om de gondel te kunnen parkeren. Het kan zijn dat zelfs het railtraject hiervoor moet worden aangepast. Tenslotte moeten alle voorzieningen die nodig zijn om een gondel te gebruiken, bij oplevering aanwezig zijn (tuigje en lifeline). Vooroverleg met een glazenwasbedrijf kan in sommige gevallen verhelderend werken.
8. Mogelijkheden
Er zijn voor wat betreft het gevelonderhoud meer mogelijkheden dan hier expliciet uitgewerkt. Denk aan hangladders, gevelliften, dakwagens, werkbruggen, systemen waarbij de aandrijfmotor aan de rail is bevestigd, enz. Elk systeem heeft zijn eigen specifieke aandachtspunten voor wat betreft organisatie en uitvoering.