Inhoud


Planning Inspectielijst

Techniek

Als bouwbegeleider lijkt het goed om iets meer te weten over het materiaal asbest, de geschiedenis en de producten die ermee gemaakt zijn. Vandaar onder dit hoofdstuk een korte terugblik. Zoals gemeld is het toezicht tijdens het verwijderen van asbest specialistenwerk. Zowel de uitvoering als het door de opdrachtgever ingestelde bouwkundig toezicht heeft hier geen rol in. Wel hebben zij een belangrijke taak voordat de verwijderingswerkzaamheden starten en direct na de vrijgave na een eindcontrole.

1. Asbest
Asbest is een verzamelnaam voor een aantal in de natuur voorkomende mineralen die zijn opgebouwd uit fijne vezels. Globaal zijn de verschillende asbestproducten in twee groepen te onderscheiden. De ene groep bestaat uit producten waarin asbest in losgebonden vorm voorkomt, zoals zachte isolatieplaten, asbestkoord en spuitasbest. De andere groep wordt gevormd door producten waarin het asbest hechtgebonden is aan andere stoffen, bijvoorbeeld cement. Voorbeelden hiervan zijn de bekende golfplaten, ventilatiekanalen, bloembakken en rioleringsbuizen. Vanwege zijn bijzondere eigenschappen is asbest gebruikt in zo’n 3.000 producten.

2. Het gebruik
Bij het beoordelen van een gebouw is het goed om te weten op welk moment asbest niet meer mocht worden toegepast:

3. Herkenning
Asbest als zodanig is met het blote oog niet herkenbaar, dit kan alleen in een laboratorium worden vastgesteld. Hoogstens kan men beoordelen of een product ‘asbestverdacht’ is. Wel zijn er lijsten beschikbaar waarop de meest toegepaste asbesthoudende producten staan aangegeven.

4. Opzet sloop- of renovatieplan
Naast de bouwkundige, installatietechnische en constructieve aspecten komt bij deze werkzaamheden altijd het onderwerp asbest aan de orde. De wetgeving eist een asbestinventarisatie, verricht door een gecertificeerd bedrijf voor alle gebouwen van voor 1994. Deze dient onder andere aan te geven in welke risicoklasse het gebouw valt (klasse 1 t/m 3). De vastgestelde risicoklasse bepaalt in hoofdzaak de verder te volgen werkmethodiek.

5. Beoordeling inventarisatie
In veel gevallen is een inventarisatie uitgevoerd in een fase waarin het gebouw nog in gebruik was. Soms is er geen destructief onderzoek gedaan en soms kon men bepaalde ruimten niet bezoeken. Het zou goed zijn om de ontbrekende gegevens te laten onderzoeken op het moment dat het pand leegkomt, dus voordat de asbestverwijdering wordt gestart. De eventueel nieuw aangetroffen asbest kan men aldus inventariseren en gelijktijdig laten verwijderen.

6. De sanering
Tijdens de sanering is er geen taak weggelegd voor de bouwbegeleiders. Het is goed om dit helder te stellen. In de SC 540 / SC 530 is geregeld dat de asbestsaneringsbedrijven zelf het toezicht dienen in te vullen door middel van gediplomeerde toezichthouders. De bouwkundig aannemer doet er goed aan om geen werkzaamheden te plannen tijdens de saneringswerkzaamheden, dan wel enige ruimte te reserveren na de saneringswerkzaamheden. Als blijkt dat de eindbeoordeling niet voldoende is, ontstaat er niet direct een probleem voor de aannemer.

7. Terrein
Op enig moment dient ook het terrein te worden onderzocht op aanwezige asbest. Men kan in eerste instantie denken aan oude rioleringsbuizen. Is er echter in het pand spuitasbest aangetroffen, dan is de kans relatief groot dat er restanten van dit spuitasbest op het terrein zwerven, direct aan de oppervlakte of net daaronder.
Asbest in de grond en asbest in puingranulaatwegen vallen niet onder het Asbestverwijderingsbesluit 2005; vallen wel onder andere wetten, zoals Activiteitenbesluit, Wbb, Wet bodembescherming 2006 en daarmee samenhangend de circulaire bodemsanering per 1 juli 2013; NRB Nederlandse Richtlijn Bodemsanering. Conform deze wetten, circulaires en richtlijnen dient men bij het beroeren van de grond, vooraf onderzoeken te laten verrichten door gecertificeerde specialisten. Een verkennend bodemonderzoek dient dan te voldoen aan de NEN 5740.
Naast onder andere chemische- en organische verontreinigingen wordt in dit onderzoek ook gekeken naar asbest in de genomen grondmonsters. Indien op basis van dit vooronderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of -stof, in de bodem aanwezig is, dan dient er additioneel onderzoek te worden uitgevoerd conform de NEN 5707. Uit dit onderzoek blijkt de uitgestrektheid van de asbestverontreiniging. Voorts dient de gemeente of in sommige gevallen de provincie te worden geraadpleegd/ingelicht over de voorgenomen bodemsanering.

8. Eindcontrole
Als de locatie is vrijgegeven door het geaccrediteerde bedrijf, dan kan de sloop- of bouwkundige aannemer aan de gang. De bouwbegeleider dient te onderzoeken of er situaties voor kunnen komen waarbij er een risico aanwezig is dat bij sloopwerkzaamheden alsnog asbest kan worden aangetroffen.
De bouwbegeleider zal met de sloop- of bouwkundige aannemer bespreken om deze situaties, vooruitlopend op de planmatige werkzaamheden, te onderzoeken. In die gevallen waar toch nog asbest wordt aangetroffen, kan deze aanpak het eventuele tijdverlies zo beperkt mogelijk houden. Als er wederom asbest wordt aangetroffen dan begint de hele cyclus van voren af aan, eerst inventariseren etc. Nadat het asbest is verwijderd, dient de arbeidsplaats te worden gereinigd door een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf, daarna zal een geaccrediteerd bedrijf de plek weer vrij moeten geven.

9. Onverwacht asbest
Het kan voorkomen dat men op een project onverwacht wordt geconfronteerd met asbest, of met een materiaal waarvan men denkt dat het asbest zou kunnen bevatten.
De bouwbegeleiding dient in een dergelijke situatie het volgende stappenplan te volgen:

De opdrachtgever dient als volgt te handelen:



Planning Inspectielijst