Inhoud


Inleiding Financiën

Ontwerp

Als we het over de ontwerpfase hebben, dan bedoelen we hier het stadium waarin wordt besloten een gebouw of complex te renoveren en te behouden, aan te passen of te slopen.
In beide gevallen geeft de wet aan dat er een asbestinventarisatie moet worden opgesteld. Bij elke aanpassing dient dit te gebeuren, zowel voor bedrijfsmatige- als voor particuliere verbouwingen.
Er bestaan een aantal uitzonderingen waarbij geen sloopvergunning of sloopmelding hoeft te worden uitgevoerd en dus ook geen asbestinventarisatierapport hoeft te worden opgesteld. Dit geldt eveneens voor particuliere verbouwingen. Zie onderstaand.

1. Wettelijke voorschriften
Nagegaan moet worden welke regels de wetgever voorschrijft in zake het verwijderen van asbest bij sloop en/of renovatie van een gebouw. Het Bouwbesluit geeft in art. 1.26 inzake een sloopmelding al kort aan waar men op moet letten als het gaat om asbest. Verder wordt dan verwezen naar:

Er is een verplichting om een asbestinventarisatie te doen voor gebouwen of objecten die van voor 1993 dateren.

2. Wie mag wat doen en wanneer
Er is met betrekking tot het saneren of verwijderen van asbest veel geregeld via wet en regelgeving. De inventarisatie van asbest, die voor afgaat aan sloop of verbouwing, dient te gebeuren door een bedrijf dat in het bezit is van een SC 540 certificaat. Als dan dit bedrijf een inventarisatie rapport heeft opgesteld is het asbestverwijderingsbedrijf of asbest saneerder pas gerechtig als hij een rapport heeft ontvangen dat conform SC 530 is opgesteld. De beide zaken dienen dan ook nog op de bouwplaats aanwezig te zijn ter inzage van het bevoegd gezag. De inventarisatie gebeurt volgens de norm SC 540 en zal toeleggen op een van de drie typen A, B of O.

Type A
Inventarisatie vraagt veel info van de opdrachtgever; aanleveren van documenten tekeningen eerdere rapporten etc waaruit blijkt dat er asbest is gebruikt dan wel aanwezig is. Verder zal er ter plaatse licht destructief onderzoek plaatsvinden. Hierbij wordt wel gesteld dat alle ruimten onbelemmerd bezocht moeten kunnen worden. Anders is een tweede ronde nodig. De asbesthoudende materialen worden ingedeeld in risicoklassen middels behulp van SMA-rt (StoffenManager Asbest), een instrument dat via internet beschikbaar wordt gesteld. Dit zorgt er voor dat alle risicoklassenbepalingen uniform zijn.

Type B
Deze inventarisatie zal altijd wordt uitgevoerd nadat er bij type A onderzoek een redelijk vermoeden ontstaan is dat er op niet direct waarneembare plaatsen mogelijk asbest zou kunnen zitten. Ook de gemeente (bevoegd gezag) kan bij afgeven van een sloopvergunning (omgevingsvergunning) eisen om tijdens de sloop een type B inventarisatie te doen. Bij dit type onderzoek gaat het veelal om destructief onderzoek daar men het vermoede had op slecht toegankelijke plekken asbest te kunnen vinden.

Type O
Een onderzoek wordt uitgevoerd voorafgaand aan een risicobeoordeling conform NEN 2991. Dit onderzoek wordt uitgevoerd om vast te stellen of er asbest aanwezig is in een gebouw dat nog in gebruik is. Wanneer is vastgesteld dat binnen een (nog in gebruik zijnd) gebouw asbest aanwezig is, kan aanvullend een risicobeoordeling worden uitgevoerd conform NEN 2991.Dit onderzoek is niet geschikt voor het aanvragen van een sloopmelding.
Er goed worden gekeken of er nog asbesthoudende materialen aanwezig kunnen zijn. Hierbij behoren vervolgonderzoeken (type A) of met onderzoeken tijdens de sloop van gebouwen (type B) vanwege niet direct waarneembaar asbest tot de mogelijkheden. Indien er afzonderlijke onderdelen in een gebouw zitten, dient per geval te worden beoordeeld of dit als deel van een bouwwerk als object kan worden beschouwd.
Belangrijk is verder dat de opdrachtgever nu dus zelf verantwoordelijk is voor de uitvoering van een historisch onderzoek (desk research), iets wat voorheen door het inventarisatiebureau werd uitgevoerd.
Na het inventariseren kan op basis van dit rapport overgegaan worden tot het aanbesteden van het saneren van het gebouw door een gecertificeerde saneerder conform SC530.

3. Opdracht inventarisatie
De opdracht dient zodanig te worden geformuleerd dat de opdrachtgever de zekerheid krijgt dat alle aanwezige asbest is geïnventariseerd. Dus inclusief eventueel destructief onderzoek, dat is dus type B, maar zeker minimaal type A. Dat wil zeggen dat er mogelijk plafondplaten of delen van een vast plafond moeten worden verwijderd, dat panelen van schachten moeten worden geopend, dat er een stukje metselwerk moet worden gesloopt en dat ook aandacht wordt besteed aan het terrein.
Bij de fundering moeten proefsleuven worden gegraven om te controleren of oude rioleringsleidingen asbestvrij zijn. In een offerte van een inventarisatiebedrijf mogen geen uitzonderingen worden gemaakt. Het risico voor eventueel extra aangetroffen asbest dient bij het inventarisatiebureau te liggen (voor wat betreft de extra inventarisatiewerkzaamheden).
Als het pand nog in gebruik is, is een overleg met de gebruikers noodzakelijk. De bewoners/gebruikers moeten goed worden voorgelicht wat de inventarisatie voor eventuele overlast kan veroorzaken en wat dat betekent voor de overlast en veiligheid van de mensen. Tevens dienen de herstelwerkzaamheden te worden opgedragen. In die gevallen waarin het niet mogelijk of niet wenselijk is om destructief onderzoek te doen, is het raadzaam om de inventarisatie in twee delen op te dragen. Eerst een visuele inventarisatie, type A onderzoek en vervolgens, na het leegkomen van het pand, het resterende type B onderzoek.
Voor een complete inventarisatie is het ook noodzakelijk dat ook de installaties worden onderzocht. De offerte van het inventarisatiebedrijf dient all-in te zijn, dus geen verrekenposten voor monstername of analysekosten.
En last-but-not-least, check ook of het bureau gecertificeerd / geaccrediteerd is voor het doen van de werkzaamheden.

4. Opdracht sanering
De opdrachtgever moet zich ervan bewust zijn dat een saneerder alleen datgene zal doen wat in het inventarisatierapport is opgenomen. Daar heeft hij zijn calculatie op gebaseerd. Dus moet in de opdracht naar de saneerder toe duidelijk worden vastgelegd dat eventueel extra aangetroffen asbest, tijdens de sanering, moet worden gerapporteerd aan de opdrachtgever. Na een eventuele extra inventarisatie zal het verwijderen van het extra asbest als meerwerk worden verrekend met de saneerder. Het risico voor eventueel extra aangetroffen asbest, na vrijgave van het pand, moet bij de saneerder worden neergelegd. Dus indien er tijdens de verbouw- of sloopwerkzaamheden asbest wordt aangetroffen in gebieden waar een vrijgave voor bestaat, is deze na-sanering voor rekening van de asbestsaneerder die deze gebieden heeft gesaneerd.

5. Opdrachtverlening voor controle “vrijgave gebouw en terrein”
De regelgeving geeft aan dat een geaccrediteerd bedrijf (laboratorium) dient te controleren en vrij te geven. Na alle saneringen en vrijgaven kan het gebouw als een asbestvrij pand worden gezien. De opdrachtgever doet er goed aan hiervoor een extern bedrijf in te schakelen, dat los staat van het inventarisatiebureau en los staat van de saneerder. Van een onafhankelijk bureau mag worden verwacht dat zij een onpartijdige meeting en controle zullen gaan verrichten en derhalve een nog betrouwbaarder eindoordeel zullen geven.
Een eventuele vervolgmeting, nadat er toch extra asbest wordt aangetroffen, is dit voor risico van het bedrijf dat het pand heeft vrij gegeven.
Indien het doen van aanvullende achtergrondmetingen door arbeidsinspectie, gemeente of certificerende instantie wordt verplicht vanwege nalatigheid en/of onzorgvuldig handelen van de saneerder, zullen de kosten van de achtergrondmetingen en de te nemen maatregelen ten laste van de asbestsaneerder worden gebracht.
Een goede controle van het terrein moet onderdeel zijn van de vrijgave. Niet alleen het gebouw, ook het terrein moet asbestvrij worden gegeven.

6. Controle tijdens asbestsanering
De saneerder wordt steekproefsgewijs gecontroleerd door de Arbeidsinspectie en/of door haar Certificatie Instantie. De controlefrequentie is echter zo laag dat de meeste projecten nooit worden bezocht. Dit verklaart onder andere het hoge aantal na-saneringen, zoals vermeld in de inleiding. De controle op de asbestsanering is gespecialiseerd werk en dient te worden uitgevoerd door een daartoe capabel bureau. Deze kan de saneerder controleren op de verplichte administratieve,- uitvoerings- en veiligheidsverplichtingen. Zo kan de opdrachtgever excessen in de uitvoering voorkomen en de daarmee samenhangende na-saneringen voorkomen.

7. Inventarisatie zonder verbouwing
Steeds meer vastgoedeigenaren en beheerders gaan ertoe over de asbestsituatie in hun bezit te laten inventariseren en te laten vastleggen. In het Gebouwbeheer Onderhoudsplan kan dan worden vastgelegd in welke onderdelen van het bouwwerk bijvoorbeeld niet mag worden geboord. Er bestaat in deze hechtgebonden situaties geen verplichting tot sanering. Afhankelijk van het gevoerde beleid kan toch worden besloten tot sanering over te gaan. De in het bouwwerk aanwezige niet-hechtgebonden asbestelementen worden beoordeeld en in veel gevallen wordt geadviseerd tot sanering over te gaan in het kader van het directe risico van vezelemissie en de betreffende regelgeving in het Arbobesluit. De in het bouwwerk aanwezig blijvende asbestelementen kunnen worden ondergebracht in een beheersplan waarin exact wordt omschreven wat tijdens onderhoudswerkzaamheden niet is toegestaan (bijvoorbeeld boren of kleinschalig breken). Tevens wordt hierin opgenomen wat de procedures zijn bij een asbestcalamiteit.



Inleiding Financiën